Wat is zwangerschapsdiabetes?

Eén op de vijftig zwangere vrouwen krijgt zwangerschapsdiabetes. Deze aandoening wordt ook wel zwangerschapssuiker genoemd. Na de zwangerschap verdwijnt het weer. Wat is zwangerschapsdiabetes? Hoe ontstaat het? En wanneer krijg je het?

Bij zwangerschapsdiabetes is er sprake van een te hoog suikergehalte (glucosegehalte) als gevolg van de zwangerschap. Je lichaam produceert andere hormonen. Deze zwangerschapshormonen remmen de werking van insuline. Normaal maakt je lichaam dan nog meer insuline aan, maar als je zwangerschapsdiabetes hebt, gebeurt dit niet. Je bloed bevat dan te veel suiker, waardoor het glucosegehalte veel te hoog is.

Meestal ontstaat zwangerschapsdiabetes tussen de 24e en 28e week van je zwangerschap. Na de zwangerschap is het glucosegehalte in je bloed weer normaal en verdwijnt deze aandoening vaak binnen een dag.

Symptomen zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes gaat meestal gepaard met de volgende symptomen:

  • Veel dorst
  • Veel plassen
  • De baby is te groot voor het moment van de zwangerschap
  • Te veel vruchtwater

De meeste vrouwen merken deze symptomen niet op. Om deze reden controleert de gynaecoloog regelmatig het glucosegehalte in je bloed of urine. Dit wordt gedaan vanaf de twintigste week. Vrouwen die al eerder zwangerschapsdiabetes hebben gehad, worden vanaf week 16 gecontroleerd.

Welke vrouwen lopen meer risico op zwangerschapsdiabetes?

Sommige vrouwen hebben een verhoogd risico op zwangerschapsdiabetes. Je loopt een hoger risico op deze aandoening als:

  • Je obesitas of overgewicht hebt. Hiervan is sprake bij een BMI van 30 of meer.
  • Er diabetes type 2 in je familie voorkomt.
  • Je baby te snel groeit.
  • Een eerdere baby bij de geboorte zwaarder was dan 8 pond.
  • Er te veel vruchtwater is.
  • Je eerder zwangerschapsdiabetes hebt gehad.
  • Als je een etnische achtergrond hebt.
  • Je ouder bent dan 35 jaar.
  • Eén van kinderen voor de geboorte is overleden.
  • Je eerder een miskraam hebt gehad.
  • Een te hoog cholesterolgehalte hebt.

Wat te doen bij zwangerschapsdiabetes?

Zwangerschapsdiabetes kan niet echt voorkomen worden. De meeste vrouwen die dit hebben, krijgen het advies om minder vetten en koolhydraten te eten. Als het suikergehalte toch te hoog blijft, dan moet je tijdelijk insuline-injecties toedienen.

Wat zijn de gevolgen van zwangerschapsdiabetes?

Zwangerschapsdiabetes heeft invloed op jezelf en je baby. Door het verhoogde suikergehalte heb je veel meer dorst en drink je meer. Je plast dus ook meer suikers en vocht uit. Drink wanneer je dorst hebt en negeer het niet. Als je te weinig drinkt, kun je uitdrogen. Verder is je weerstand wat verminderd, waardoor je sneller ziek wordt. Je hebt dan meer kans op een blaasontsteking of een ontsteking van de baarmoeder.

Gevolgen voor je baby

Door het te hoge suikergehalte in je bloed, komt er ook meer suiker in het bloed van je baby terecht. Hierdoor groeit je baby sneller. In verhouding is je kindje langer en zwaarder dan normaal is voor de zwangerschapsduur. Ook plast je baby veel, waardoor je meer vruchtwater krijgt. Verder kan het zijn dat de longen niet goed rijpen, waardoor de ademhaling na de geboorte moeilijker op gang komt. De baby krijgt dan extra zuurstof toegediend.

Eerder bevallen

Als je last hebt van zwangerschapsdiabetes, is je baby groter en is er meer vruchtwater. Hierdoor rekt de baarmoeder verder op en is de kans groter dat je eerder bevalt dan de uitgerekende datum. Als je een tot twee weken eerder bevalt dan de uitgerekende datum dan is dit niet gevaarlijk. Je baby is dan al voldragen. Als de bevalling eerder dan drie weken voor de uitgerekende datum begint, is je baby nog niet voldragen. Sommige organen zijn dan nog niet helemaal gerijpt. Het kan zijn dat je kindje dan nog een paar weken in het ziekenhuis moet blijven.

Zwaardere bevalling

Baby’s waarvan de moeder zwangerschapsdiabetes heeft, zijn erg groot bij de geboorte. Hierdoor verloopt de bevalling moeilijker en kan gevaarlijker zijn. Soms wordt er overgegaan op een keizersnede. Verder kan een baby tijdens de bevalling blessures oplopen. Na de zwangerschap hebben de moeder en het kind meer risico op diabetes type 2. Verder hebben vrouwen met zwangerschapsdiabetes na de bevalling vaak meer kans op een postnatale depressie.

Ook al verloopt de bevalling van een grote baby vaak wat moeizamer, toch is dit niet altijd zo. Vaak spelen er ook nog andere factoren mee, zoals de grootte van je bekken en hoe vaak je al eerder bevallen bent. Bij vrouwen met zwangerschapsdiabetes vindt de bevalling uit voorzorg in het ziekenhuis plaats.

Na de bevalling

Na de bevalling worden zowel de moeder als de baby nog een keer gecontroleerd. Bij de meeste vrouwen is de bloedsuikerspiegel binnen 24 uur na de bevalling weer normaal. Ze hebben dan geen diabetes meer en kunnen met de insuline-injecties stoppen.

Na drie maanden wordt je suikergehalte nog een keer gecontroleerd. Er wordt dan gecheckt of er echt sprake was van zwangerschapsdiabetes of dat het een teken was van gewone diabetes.

De baby kan een te lage glucosewaarde krijgen na de bevalling. Dit komt, omdat je kindje geen voedingsstoffen meer krijgt vanuit de placenta. Na de geboorte wordt de bloedsuikerspiegel van de baby nog een paar keer gecontroleerd. Als het glucosegehalte te laag blijft, wordt de baby bijgevoed via een infuus.

Hoe kan je zwangerschapsdiabetes voorkomen?

Je kunt zwangerschapsdiabetes niet helemaal voorkomen. Wel kun je de kans op deze aandoening beperken. Dit doe je door:

  • Een gezond gewicht te behouden
  • Voldoende te bewegen
  • Een gezond voedingspatroon te volgen

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie